De 50-30-20-regel verdeelt je netto-inkomen in drie blokken: 50 procent voor vaste lasten, 30 procent voor persoonlijke keuzes, 20 procent voor sparen of schulden aflossen. Het is een grove maar bruikbare startstructuur, zeker als je nog nooit bewust met een budget hebt gewerkt.

Casus: een pas afgestudeerde in Brussel

Wanneer Laure Verbist haar eerste voltijdse job begon, stond ze voor een netto-inkomen van 2.150 euro per maand. Ze paste de 50-30-20-verdeling toe als eerste kader. De vaste lasten, huur, abonnementen, vervoer, kwamen op net boven de 50 procent. Ze besliste bewust om de categorie persoonlijke keuzes tijdelijk te beperken tot 22 procent en het vrijgekomen deel naar haar noodfonds te verschuiven.

Waar de methode haar grenzen heeft

De regel gaat uit van een relatief stabiel inkomen en lage vaste lasten. In steden als Brussel of Antwerpen loopt de huurpost snel op tot 40 procent alleen al. Dan kloppen de verhoudingen niet meer. Laure paste de percentages handmatig aan op basis van haar werkelijke situatie, wat meer oplevert dan blind het model volgen.

Als introvert is het prettig dat deze methode geen uitgebreide setup vraagt. Je berekent de drie bedragen eenmalig, je vergelijkt ze aan het einde van de maand met je bankafschrift, en je corrigeert waar nodig. Meer hoeft het niet te zijn om overzicht te houden.